Werk & Participatie is een initiatief van
WSD Groep

Vul een zoekterm in.
WSD werkt in drie arbeidsmarktregio's: Noordoost-Brabant, Zuidoost-Brabant en Midden-Brabant

De regionale werkbedrijven Noordoost-, Zuidoost- en Midden-Brabant: elk nadeel heeft z'n voordeel

Geplaatst: 22 mei 2015 om 12:15 uur Onderwerp(en): Regionale werkbedrijven, Arbeidsmarktregio's Bekeken: 3467

Not viewed yet

Bestuurlijk gezien is WSD een gemeenschappelijke regeling. In deze gemeenschappelijke regeling, die ooit is opgericht om de Wet sociale werkvoorziening uit te voeren voor gemeenten, participeren elf gemeenten. Zes van deze elf liggen in de regio Noordoost-Brabant, vier van de elf in de regio Zuidoost-Brabant en een in de regio Midden-Brabant. Dat brengt WSD in de positie dat we mogen deelnemen in de ontwikkeling van drie verschillende regionale werkbedrijven. Dat is interessant, want elk van die drie ontwikkeld zich anders. In deze blog neem ik u mee in de verschillende ontwikkelingen in de drie regio’s. Van elk van hen zal ik enkele voor- en nadelen benoemen.

Wat was ook al weer de aanleiding voor het ontwikkelen van die regionale werkbedrijven? Die aanleiding lag in de afspraak die is gemaakt tussen werkgevers- en werknemersorganisatie in de Werkkamer, een overlegorgaan van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Stichting van de Arbeid waarin werkgevers en werknemers vertegenwoordigd zijn. Vanwege de op stapel staande Participatiewet en de Quotumwet, wilden werkgevers en werknemers nadere afspraken maken met de regering. Dit resulteerde in een sociaal akkoord. Daarin werd onder andere afgesproken dat er 100.000 extra banen in het bedrijfsleven en 25.000 banen bij de overheid zouden worden gecreëerd voor de doelgroep Participatiewet, de zogenaamde banenafspraak. Daarbij wordt de eerste twee jaar prioriteit gegeven aan de voormalige wachtlijstkandidaten van de Sociale werkvoorziening en Wajongers met arbeidsvermogen.

Daarnaast werd afgesproken dat er in Nederland 35 regionale werkbedrijven zouden ontstaan op het niveau van de 35 arbeidsmarktregio’s. In deze regionale werkbedrijven werken gemeenten, UWV, werkgevers- en werknemersorganisaties, onderwijs en sw-bedrijven samen om onder meer invulling te geven aan de opgave van de 125.000 banen voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Een andere belangrijke opdracht voor de werkbedrijven is dat de in te zetten instrumenten in de regio’s geharmoniseerd moeten worden. Het bedrijfsleven heeft behoefte aan eenheid, duidelijkheid en rust. Bedrijven willen graag één contactpersoon en een heldere set van afspraken, ongeacht de gemeente waar een kandidaat-medewerker woonachtig is. In de meeste regio’s zijn de samenwerkende partijen eind 2013 van start gegaan. 

Voor alle regio’s gold dat zij in hun ontwerp aan een aantal zaken vorm moesten gaan geven. Thema’s als een regionaal marktbewerkingplan, een eenduidig meetinstrument voor het meten van de loonwaarde, een heldere en eenduidige set aan instrumenten om de bedrijven en kandidaat-medewerkers te ondersteunen en de manier waarop het regionaal werkbedrijf vorm gegeven kon worden, waren daarbij aan de orde. De regionale werkbedrijven zijn ook verantwoordelijk voor het invullen van de banenafspraak. Het is dus van groot belang dat het regionale werkbedrijf vindbaar is voor het bedrijfsleven. Dit gebeurd door het ontwikkelen van een werkgeversservicepunt met bijbehorende website.

Hoe hebben die verschillende regio’s zich nu ontwikkeld?  Ik constateer forse verschillen. Een korte schets van elk van hen.

Regionaal werkbedrijf Noordoost-Brabant

Een regio met als centrumgemeente ’s-Hertogenbosch en vier subregio’s: Oss en omgeving, Uden-Veghel, Land van Cuijk en Meierij. Jaren geleden is in deze arbeidsmarktregio een initiatief ontstaan onder de vlag van Agrifood Capital, genaamd 5*Regio Noordoost Brabant Werkt! Dit initiatief beoogde gemeenten, onderwijs, sw-bedrijven en het bedrijfsleven met elkaar in gesprek te brengen om de arbeidsmarktproblematiek in Noordoost-Brabant op termijn op te lossen. Er ontstond een stuurgroep waarin twee wethouders namens de achttien gemeenten, één sw-directeur namens de drie sw-bedrijven, twee directeuren uit de onderwijswereld namens onderwijs en vijf directeuren/ondernemers namens vijf sectoren in deel gingen nemen. Tevens sloot de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) aan in dit overleg. 

Het uitgangspunt was en is de werkgevers in Noordoost-Brabant in de lead. Hun (toekomstige) vraag naar arbeid is leidend voor de te ontwikkelen activiteiten. Gemeenten, sw-bedrijven en onderwijs zijn ondersteunend. Dit initiatief heeft inmiddels een stevige positie in Noordoost-Brabant en het was dan ook logisch om het regionaal werkbedrijf onder te brengen in dit initiatief. 

Vakbonden zijn inmiddels uitgenodigd en nemen nu ook deel aan het overleg. Vanuit de stuurgroep Noordoost Brabant Werkt! is een projectorganisatie gebouwd die met de invulling van het regionaal werkbedrijf aan de slag is gegaan. Daarbij lag primair de aandacht bij het harmoniseren van beleid en instrumenten binnen de achttien aangesloten gemeenten. Tevens werd een gezamenlijk marktbewerkingplan opgesteld en gebouwd aan één werkgeversservicepunt Noordoost-Brabant vanuit de vier subregionale werkgeversservicepunten en ’s-Hertogenbosch. 

Feitelijk werd er bottom-up vanuit de inhoud en de vraag van het bedrijfsleven gebouwd aan het regionale werkbedrijf. Daaruit ontstaat op termijn een structuur, die vervolgens vertaalt gaat worden in de wijze waarop de governance gestalte gaat krijgen. In september 2014 werd een functioneel ontwerp opgeleverd, dat in de maanden daarna door alle achttien gemeenten in de raad is vastgesteld. Daarmee is een stevige basis gelegd voor de ontwikkeling van het regionale werkbedrijf. 

Door bottom-up te werken is de betrokkenheid van alle partijen, en met name het bedrijfsleven, groot. Er zit veel energie op de ontwikkeling en partijen vinden elkaar op gezamenlijke doelen en resultaten. Er is eind 2014 een operationalisatie werkgroep aan de slag gegaan om de inhoud van het functioneel ontwerp te vertalen in werkprocessen en werkafspraken. Het regionale werkbedrijf staat inmiddels, er is een website waar ondernemers informatie vinden en een telefoonnummer. De samenwerking onderling komt op stoom en de eerste plaatsingen in het kader van de banenafspraak zijn een feit. In de loop van 2015 wordt de structuur en de governance verder ingevuld.

Regionaal werkbedrijf Zuidoost-Brabant

De regio Zuidoost-Brabant ziet er volledig anders uit met als  centrumgemeente Eindhoven en één duidelijke subregio, de Kempen. Begin 2014 is een projectgroep in het leven groepen met vertegenwoordigers van alle twaalf gemeenten in deze regio, het UWV en de sw-bedrijven. De projectgroep ontwikkelde een houtskoolschets en formeerde een zestal deelprojectgroepen die met verschillende thema’s aan de slag zijn gegaan. In september werd de ontwikkeling van het regionaal werkbedrijf nieuw leven ingeblazen met het aanstellen van een projectleider. 

Eindhoven neemt haar rol als centrumgemeente zeer serieus, maar probeert tegelijkertijd de andere gemeenten in de regio mee te nemen in de beleidsontwikkeling. Daar zit wel enige spanning op. Eindhoven moet voorzichtig handelen en wil tegelijkertijd meters maken. Regiogemeenten zijn terughoudend en hebben het gevoel dat Eindhoven haar eigen plan trekt. 

Inmiddels hebben de meeste deelprojectgroepen hun producten opgeleverd. Bovendien is er veel aandacht besteed aan de bestuurlijke organisatie van het regionaal werkbedrijf. Er ligt een door alle partijen getekende intentieverklaring om samen te werken bij de ontwikkeling van het regionaal werkbedrijf voor de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant.

Er is vooral veel aandacht en energie gestoken in het ontwikkelen van het model en de instrumenten en minder aan de samenwerking van onderop. Het betrekken van het bedrijfsleven bij de ontwikkeling is een moeizaam proces. 

De instrumenten zijn beschreven en door de projectgroep vastgesteld. Er ligt een marktbewerkingplan voor de sector techniek en er loopt een eerste pilot op plaatsingen met loonkostensubsidie. Er is een werkgeversservicepunt en website in ontwikkeling en er ligt menukaart met ondersteuning voor het bedrijfsleven.

Regionaal werkbedrijf Midden-Brabant

Ook Midden-Brabant kent zijn eigen, unieke dynamiek. De centrumgemeente in deze regio, Tilburg, heeft vroeg een belangrijk standpunt ingenomen met betrekking tot de uitvoering van de Participatiewet. In principe wil Tilburg enkel personen met een loonwaarde hoger dan 60 procent ondersteunen met loonkostensubsidie. Vooraf heeft Tilburg berekend wat de uitkomsten van dit beleid zijn en welke investeringen gedaan moeten worden om dit tot een succes te maken. Door dit besluit is het voor de omliggende gemeenten en de sw-bedrijven in de regio een kwestie van aansluiten, of niet. Het laatste is echter geen optie, omdat er regionaal moet worden samengewerkt. Begin 2014 is er een onderzoek verricht naar de mogelijkheden tot samenwerken in de regio Midden-Brabant. Vanuit de positie van WSD is het onduidelijk wat er met de uitkomsten is gedaan. 

Het regionaal werkbedrijf is inmiddels een feit en wordt bemenst vanuit de stad Tilburg en het UWV. Op uitvoeringsniveau zijn de instrumenten geharmoniseerd en werken alle gemeenten in de regio op eenzelfde manier. Van samenwerken is echter beperkt sprake. Inmiddels is er een bestuurlijk overleg, waarin de sw-bedrijven worden vertegenwoordigd door de directeur van Baanbrekers. WSD heeft aangeboden de loonwaardemetingen te verrichten en een verzoek gedaan om aan te mogen sluiten bij het uitvoerend overleg. Tevens wil WSD graag inbreng hebben in de verdere ontwikkeling van het regionaal werkbedrijf. De eerste contacten daartoe hebben inmiddels plaats gevonden.

Elk nadeel heeft zijn voordeel

Het kost veel tijd en energie om de ontwikkelingen in drie arbeidsmarktregio’s te volgen en inbreng te hebben in de ontwikkeling van de verschillende regionale werkbedrijven. Dat zou je kunnen zien als een nadeel. Tegelijkertijd is het een voordeel om in drie regio’s mee aan tafel te mogen zitten. Vanuit WSD leren we daar veel van. En wat bij de een goed gaat kun je bij de ander in brengen. We zijn dan ook niet terughoudend in het delen van informatie en stukken. Van nabij zie je ook hoe de verschillende regio’s zich ontwikkelen en wat wel en wat niet werkt. 

Sterk in de regio Noordoost-Brabant is de betrokkenheid van het bedrijfsleven. Door aansluiting te vinden bij de reeds bestaande overlegstructuur, waarbij het bedrijfsleven in de lead is, is een sterke verbinding en betrokkenheid ontstaan. Mogelijk dat de governance en uiteindelijke structuur nog een lastig punt wordt.

Sterk in de regio Zuidoost-Brabant is de wijze waarop het project geleid wordt. In een lastige omgeving van gemeenten en bedrijfsleven wordt met voortvarendheid te werk gegaan. Er is veel aandacht voor structuur en governance. De betrokkenheid van het bedrijfsleven is nog wel een lastig punt.

Sterk in Midden-Brabant is de helderheid waarmee Tilburg opereert. Dat is echter ook lastig, omdat het weinig gevoel van samenwerking geeft.

We leven in een complexe wereld met complexe problemen. De enige weg is om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Daarvoor zijn alle partijen van belang, werkgevers, gemeenten, UWV, onderwijs en sw-bedrijven. Dat beeld wordt echter niet in alle regio’s in gelijke mate gedeeld. 

 

< terug

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie